Hoe 20% experimenteren kan leiden tot 80% impact
In veel organisaties draait het om efficiëntie, resultaat en meetbare doelen. Alles moet bijdragen aan de korte termijn, het liefst met een direct zichtbaar effect. Maar echte innovatie laat zich niet dwingen door planningen of KPI’s. Vernieuwing ontstaat vaak juist op momenten waarop je even níet direct weet waar het naartoe gaat. Ik noem dat: corporate klooien.
Het 80/20-principe als fundament
Binnen het Innovatielab waar ik werk, hanteren we een duidelijke verdeling:
- 80% van onze tijd gaat naar opdrachten die direct uit de operatie komen – tastbaar, gericht en noodzakelijk.
- 20% reserveren we bewust voor verkenning en experiment.
Die 20% lijkt misschien bescheiden, maar in de praktijk is het dé bron van verrassende doorbraken. Het is de plek waar nieuwsgierigheid vooropstaat en waar ruimte is om technologieën te testen, ideeën te verkennen en onverwachte verbanden te leggen.
Van klooien naar impact
Een veelgehoord misverstand is dat verkennen tijdverspilling is. Niets is minder waar. Juist in die vrije ruimte ontstaan toepassingen die later van grote waarde blijken.
Een concreet voorbeeld uit onze praktijk: de inzet van smart glasses bij de politie. Ooit begonnen als een klein experiment dat nergens op leek uit te lopen. Te vroeg, te ingewikkeld, te weinig draagvlak. Maar door het te blijven volgen en testen – zonder de druk van een opdrachtgever – kwam het jaren later opnieuw op tafel. Inmiddels sluiten de technische mogelijkheden beter aan op de behoefte in de operatie en staat het project weer op de rails. Zonder die eerdere fase van “klooien” hadden we nooit geweten hoe we nu verder konden bouwen.
Een ander voorbeeld is robot Djack, de eerste RPA-robot binnen de politiepraktijk. In die tijd waren er al enkele robots actief in de ondersteunende bedrijfsvoering, maar Djack was de eerste die écht in de operatie meedraaide. Hij verwerkt het complete proces van een MMA-melding: van ontvangst tot terugmelding. Wat begon als een experiment – kunnen we repetitieve administratieve taken automatiseren zonder de operatie te verstoren? – groeide uit tot een oplossing die honderden uren werk bespaart. Medewerkers kregen daardoor meer tijd en ruimte voor de complexere, inhoudelijke kant van hun werk. Zonder die eerste fase van ‘klooien’, waarin is getest, aangepast en opnieuw geprobeerd, had deze doorbraak nooit plaatsgevonden.
Verkenning is systeemonderhoud
Verkennen is dus geen luxe, maar een vorm van systeemonderhoud. Het houdt een organisatie wendbaar en alert. Door ruimte te maken voor het onbekende, bouw je een soort verzekeringspolis voor de toekomst. Je weet immers nooit welk idee vandaag nog vreemd of onbelangrijk lijkt, maar morgen essentieel kan blijken.
Wetenschappelijk onderzoek naar innovatie bevestigt dit. Organisaties die uitsluitend inzetten op exploitatie (het maximaal benutten van wat er al is), lopen vroeg of laat vast. Ze worden ingehaald door nieuwe technologieën of onverwachte ontwikkelingen. Organisaties die ook investeren in exploratie – ruimte om te onderzoeken en te experimenteren – blijken structureel succesvoller op de lange termijn.
Betekenisvol klooien
Belangrijk is wel dat dit “klooien” betekenisvol blijft. Het gaat niet om vrijblijvend spelen, maar om het gericht opzoeken van het onbekende. Dat kan betekenen:
- het bouwen van een prototype om te zien of iets technisch haalbaar is,
- het testen van een technologie in een onverwachte context,
- of het simpelweg samenbrengen van mensen uit verschillende disciplines om nieuwe ideeën te laten ontstaan.
Zo ontstaat er niet alleen kennis, maar ook vertrouwen binnen de organisatie dat vernieuwing mogelijk is.
En jij?
De vraag die ik organisaties vaak meegeef, is eenvoudig maar confronterend:
Hoeveel procent van jullie tijd is ingericht om te ontdekken wat je nog niet weet?
Als het antwoord in de buurt van nul ligt, dan is het risico groot dat je vooral bezig bent met vandaag – en niet met morgen.
Het vraagt lef om structureel ruimte te reserveren voor iets dat niet direct rendement oplevert. Maar de organisaties die dat durven, bouwen aan hun veerkracht en vergroten hun kans op echte doorbraken.
Tot slot
Corporate klooien is geen hobby of luxe. Het is een bewuste strategie om de toekomst voor te bereiden. Door het 80/20-principe te hanteren en ruimte te maken voor nieuwsgierigheid, investeren organisaties in hun wendbaarheid, relevantie en innovatiekracht.
Dus mijn uitnodiging aan jou: kijk eens eerlijk naar je eigen werk of organisatie. Waar zit jullie 20%? En als die er nog niet is – hoe kun je die ruimte alsnog creëren?
Want zonder klooien, geen vernieuwing.
Wil je meer weten: Werkwijze & Producten